Asscher in gesprek met sleutelfiguren uit joodse en islamitische gemeenschap-maart2016

Minister Asscher in gesprek met joodse en islamitische sleutelfiguren

Minister Asscher maakt zich zorgen over de sfeer in Nederland, zo vertelt hij in zijn welkomstwoord op de bijeenkomst met sleutelfiguren uit de joodse en islamitische gemeenschap op 15 maart 2016. Er is in toenemende mate sprake van jodenhaat en moslimdiscriminatie, die soms gepaard gaat met agressie. Er is sprake van een gepolariseerd landschap. Vanwege de dreigbrieven en de brandbom is hij op donderdag 10 maart in een moskee in Leiden in gesprek gegaan met de moskeebesturen. In een dergelijk gespannen samenleving is de rol van sleutelfiguren belangrijk en daarom wil hij met ze in gesprek. Hieronder een impressie van het gesprek.

Midden-Oosten-conflict

De vragen die hierbij centraal staan zijn:
– Waar worden knelpunten ervaren bij het bouwen van bruggen tussen de joodse en islamitische gemeenschappen in Nederland?
– Wat kunnen we doen om de spanningen die het Midden-Oosten-conflict in Nederland oproept en die doorwerken bij het bouwen van bruggen, te verminderen?
– Wat is er nodig om te zorgen dat er meer sleutelfiguren van joodse en islamitische kant zichtbaar met elkaar samenwerken?

Ontmoeting en samenwerking

De sleutelfiguren krijgen gelegenheid om te reageren op deze vragen. Er komt heel wat op tafel. De ingebrachte punten worden door minister Asscher samengevat:
1. We moeten erkennen dat het Israel–Palestijnen-probleem, en in feite de hele Midden-Oosten-problematiek, al in Nederland is. Dit gegeven moet niet worden ontkend, maar moet bespreekbaar gemaakt worden.
2. Door de komst van de vluchtelingen wordt dit verscherpt: het anti-semitisme van daar wordt meegenomen naar hier. Wat kan je daar aan doen? Het helpt in elk geval niet als er van overheidswege spastisch omgegaan wordt met godsdienst. Onderdeel hiervan is ook dat de drie religies met de vluchtelingen het gesprek aangaan over Artikel 1 van de grondwet.
3. Het aangaan van relaties met andere godsdiensten wordt nog te veel gezien als een hobby van enkele mensen. Dit zou meer massa moeten krijgen, d.w.z. professioneler, maar ook breder aangepakt en niet alleen op momenten van crises, maar juist in vredestijd.
4. Een dilemma is hoe je de achterbannen kan bereiken, terwijl het organiseren van ontmoetingen op zich ook al van groot belang is. De minister ziet dat er ondersteuning nodig is om dit breder te krijgen.
5. Snelle reacties van joodse zijde op bedreigingen richting moskeeën – en andersom – werkt. Evenals veroordelingen na aanslagen.
6. Het helpt als religies samenwerken met andere maatschappelijke organisaties, zoals bijvoorbeeld bij 010=1.
7. Er zou een databank moeten komen, van mensen die op bepaalde punten het woord kunnen voeren, zodat de media niet terugvallen op de oude bekende contacten.

Positieve energie

Vervolgens zegde de minister toe:
– Dat er een verslag gemaakt zal worden van deze bijeenkomst, die ook een vervolg zal krijgen.
– Er is niet één ding dat werkt, maar er is een massa aan energie en activiteiten, die ongelooflijk belangrijk zijn. Deze positieve energie wil de minister versterken door:
o Dit soort stemmen te versterken
o Door middel van werkbezoeken dit soort activiteiten te ondersteunen
o Door te bekijken hoe hij met een bescheiden budget deze activiteiten kan faciliteren.

Voor de aanwezigen was dit in elk geval een boodschap waarmee ze weer terug konden gaan naar hun achterbannen.

Aanwezig waren mensen uit de volgende netwerken en activiteiten: Mo & Moos, Salaam – Shalom, Saïd en Lody, SPIOR, Veiligheidspact tegen discriminatie, Leer je buren kennen, het Contactorgaan Moslims en Overheid, het Centraal Joods Overleg, de Landelijke Commissie Dialoog van het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom en het Overleg Joden, Christenen en Moslims.