Rituele slacht opnieuw ter discussie

Weer probeert Marianne Thieme van de Partij van de Dieren het ritueel slachten verboden te krijgen. Na eerdere debatten in Tweede en Eerste Kamer is in 2011 een convenant bedacht. Dit is een uniek samenwerkingsproject van ambtenaren van het ministerie van Landbouw, de vleesverwerkende sector en leden van de joodse en moslimgemeenschap. Heel Europa kijkt met buitengewone belangstelling naar dit in 2018 in werking getreden convenant, waarbij een balans is gevonden tussen de rechten van religieuze minderheden en het belang van dierenwelzijn.

De Kamercommissie LNV (Landbouw, natuur en voedselkwaliteit) hield op 25 september ter inleiding van de bespreking in de Tweede Kamer een hoorzitting. Zestien deskundigen kregen ieder twee minuten spreektijd om hun reactie op deze initiatiefwet te geven en daarna vragen te beantwoorden.

Het eerste blok bestond uit vertegenwoordigers Ruben Vis en Micha Bloemendal van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, Rasit Bal van het Constactorgaan Moslims en Overheid en Hanneke Gelderblom-Lankhout namens het Overlegorgaan Joden Christenen Moslims.
Daarna volgde een blok dat heette over het convenant te gaan, maar in feite ging over de ervaringen van de dierenartsen rondom het slachtproces.
In het derde blok kwamen rechtsgeleerden aan het woord.

Een aantal belangrijke conclusies zijn:

  • Het vlees van onbedwelmde slacht komt niet in het reguliere circuit.
  • Een verbod op slachten volgens religieuze riten maakt het noodzakelijk vlees te importeren uit het buitenland en dat leidt tot import van vlees afkomstig van dieren die worden geslacht onder omstandigheden die we niet kennen en niet kunnen verbeteren.

Koosjere slacht

Ruben Vis was de eerste spreker: “Slachten volgens de joodse riten is sinds de vestiging van de joden in Nederland een al meer dan vierhonderd jaar bestaande, uiterst zorgvuldig uitgevoerde praktijk waarin steeds de modernste inzichten worden toegepast in combinatie met respect voor de traditionele slachtwijze, die steeds wordt gemoderniseerd zoals ook vastgelegd in het convenant.”

Op een vraag van een van de Tweede Kamerleden wat voor pijn en stress een verbod op onbedwelmd slachten voor de beide  gemeenschappen zou betekenen was het antwoord: aan dit wetsvoorstel toetsen joodse Nederlanders of ze hier nog welkom zijn, of dat ze zich alleen joods mogen noemen, maar niet meer joods mogen zijn.

Vervolgens wees Vis op de schaal waar het om gaat. Volgens het wetsvoorstel Thieme I uit 2010 met hetzelfde oogmerk als het wetsvoorstel Thieme II uit 2018, zouden er jaarlijks 1,5 miljoen dieren onbedwelmd worden geslacht. Uit cijfers van de NVWA uit 2018 blijkt dat het daarentegen gaat om 60.000 dieren. Daarvan betreft het minder dan 3.000 dieren volgens de joodse ritus. Dit, terwijl er in totaal 700 miljoen dieren per jaar worden geslacht.

Godverhoede

Michael Bloemendal van de Joodse Gemeente Amsterdam betoogde dat van die 700 miljoen dieren de meeste dieren die worden geslacht, kippen en ander soorten pluimvee zijn en dat door toepassing van een vaste sterkte van elektrische bedwelming er geen rekening wordt gehouden met specifieke kenmerken per dier. De kip wordt bij de joodse slacht daarentegen stuk voor stuk geslacht. “Godverhoede dat door een verbod op onbedwelmd slachten er alleen nog bedwelmd geslacht mag worden. Dat zal een vergroting van de aantasting van het dierenwelzijn betekenen.”

Halal slachten

Rasit Bal stelde dat het kan kloppen dat onder moslimgeleerden verschillend wordt gedacht over de voorwaarden die verbonden zijn aan de slacht. Dat is een zuiver theologische discussie en daar gaat het hier niet over. Waar het ons om gaat is dat Nederland een grote groep burgers kent met een islamitische geloofsovertuiging, voor wie het feit dat er ritueel geslacht wordt essentieel is voor hun geloofsleven. Het kunnen eten van halal vlees en het vieren van het offerfeest maken daar deel van uit. De Nederlandse grondwet, waarin vrijheid van godsdienst is vastgelegd, maakt dit mogelijk.

Misleiding

Hanneke Gelderblom van het Overlegorgaan van Joden Christenen Moslims ging in op de misleiding in het wetsvoorstel: “Laat u niet sturen door misleidende populistische sentimenten. De initiatiefwet van de Partij voor de Dieren stelt dat bij de reguliere slacht veel minder sprake is van lijden. Want dieren worden verdoofd of bedwelmd. Het is misleiding om zo de rituele slacht weg te kunnen zetten als dieronvriendelijk. Bij verdoven denkt vrijwel iedereen aan narcose bij een operatie of een prik in je kaak door de tandarts. Een paar uur later ben je weer bij bewustzijn, of loop je vrolijk rond, kiespijn weg verdoving uitgewerkt. Zo werkt bedwelming of verdoving bij het slachten niet. Het is dus misleidend woordgebruik.”

Geen zeggenschap en geen expertise

De inbreng van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde en die van Caring Vets vormden een belangrijk onderdeel van het tweede blok. Op een vraag van een Kamerlid hoe het NIK oordeelt over de positie van beide dierenartsenorganisaties antwoordde Ruben Vis: “Caring Vets stelt dat bedwelmen waarbij het dier in principe uit zijn bedwelming bij zou kunnen komen als het niet geslacht wordt, voor de religie aanvaardbaar is. Caring Vets beweegt zich hiermee op het terrein van de religie. Daar gaat Caring Vets niet over. Caring Vets heeft op dit terrein geen zeggenschap en geen expertise.”

Michaël Bloemendal merkte namens de Joodse Gemeente Amsterdam dat de Sjechieta (slacht) feitelijk uitvoert, op: “Het wetsvoorstel van Thieme gaat voorbij aan het convenant dat sinds 1,5 jaar van kracht is. Ons verantwoordelijke rabbinaat is tot de grens tot wat volgens de joodse voorschriften is toegestaan, gegaan. De strengste indicatoren worden gebruikt om te bepalen of er na veertig seconden geschoten moet worden. Dieren kunnen vrijwel nooit na veertig seconden nog bewustzijn hebben. Daar komt bij”, aldus Bloemendal, “dat een dierenarts van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit constant, dus bij ieder dier dat wordt geslacht, toezicht houdt.”

Niet koosjer geslacht

KNMvD, Caring Vets en een wetenschapper van Wageningen Research gaan in hun oordeel dat de onbedwelmde slacht moet worden verboden, uit van gepleegd onderzoek, ook praktijkonderzoek. Vis uitte zich scherp over de wetenschappelijke praktijk: “Alles in dat onderzoek is gevalideerd, de meetapparatuur, het gewicht van het dier, de fixatie,… . Maar over de vaardigheid van de slachter en de kwaliteit van het mes lezen we niets. Deze twee aspecten, de slachter en het mes, zijn in de wetenschappelijke rapporten niet gevalideerd.”

Discriminatie

Een van de rechtsgeleerden, mr. dr. Teunis van Kooten, stelde dat het wetsvoorstel discriminerend is omdat het zich specifiek op twee geloofsgemeenschappen richt. Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren verlangde dat Van Kooten zijn woorden terug zou nemen, maar de voorzitter honoreerde haar verzoek niet.

De ondervoorziter van het College voor de Rechten van de Mens, mr. dr. Jan-Peter Loof, noemde de motivering van het wetsvoorstel ‘mager’, en vertelde dat het College van oordeel is dat het wetsvoorstel geen serieuze toets bevat op proportionaliteit – proportionaliteit is beantwoording van de vraag waarom het in dit geval toelaatbaar zou zijn om het recht op vrijheid van godsdienst in te perken.

De jurist Matthijs de Blois van de Universiteit Utrecht, wees erop dat niet alleen het consumeren maar ook de toepassing van de slachtmethodiek door de rechter wordt beschouwd als een vorm van belijden van de religie en daarmee onder het te beschermen recht van vrijheid van religie valt. Zijn collega dr. Tom Zwart benadrukte dat een ongeclausuleerd verbod op onbedwelmd slachten ongrondwettig is. “Het is juist de taak van de Tweede Kamer”, zei Zwart, “om bij het beperken van vrijheden de belangen van minderheden te betrekken. Hier gebeurt het tegenovergestelde.” Ook Van Kooten wees erop dat juist bepaalde bevolkingsgroepen worden geraakt en verbond hieraan het ernstige verwijt dat daarmee discriminatie ontstaat.

Tegen de opvattingen van De Blois, Loof en Van Kooten stond de opinie van prof. mr. Andre Nollkaemper, Universiteit van Amsterdam, die meent dat een algeheel verbod geen inbreuk vormt op de godsdienstvrijheid zoals vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Tot slot

Door de hele hoorzitting klonk: In vredesnaam, Kamerleden laat het convenant in stand. Het lijkt erop dat een meerderheid van de fracties in de Tweede Kamer het met ons eens is dat het convenant werkt en dus in stand gehouden moet worden.

Bron: https://www.nik.nl/2019/09/ronde-tafelgesprek-tweede-kamer-de-koosjere-slacht-doet-het-goed/.